Mediteren op ambetante gevoelens

Dag X,

Ik weet dat je het nu moeilijk hebt in je leven. Toestanden die een mens niet even 1 2 3 kan oplossen.
Je vroeg me wat ik zou doen in jouw plaats.
Wil je dat echt weten?

Eigenlijk weet ik dat niet want dat weet je nooit.
Maar de kans is reëel dat ik een Pemaatje zou doen.
Da’s de naam die geef aan iets dat ik aanvoel als 1 ding maar als ik het moet uitleggen dan zijn het verschillende dingskes die samenhangen: een tros van ideeën en gevoelsdingen en praktijken.

Het is een van mijn favoriete manieren van doen bij shit die ik niet kan oplossen.
(‘Pemaatje’ omdat ik het link met Pema Chödrön, een boeddhistische non)

Het komt hier op neer:

Ik probeer te mediteren op de ambetante gevoelens die spelen.
Ik zoom in op die gevoelens/gewaarwordingen, ik stel me er aan bloot, ik laat ze doen en spelen in hun ups en downs, ik duik erin en zwem erin, ik laat ze me (pijnlijk) masseren en karnen en sudderen, ik laat ze me vullen, ik geef het streven op om me beter te voelen of om ‘het’ op te lossen. De pijnlijke gevoelens lossen mij op. Ze bijten en ik bijt niet terug.
Even. Nog eens even. En nog eens even. Vele eventjes.

De meditatie-technische dingetjes waar ik mijn toevlucht toe neem, als ik die expliciet op een rijtje zet, dan krijgen we dit:

  • Ik steek zo weinig mogelijk energie in denken over mogelijke oplossingen.
  • Ik steek zo veel mogelijk energie in voelen en ervaren.
  • Ik vraag me af:
    • wat gebeurt er nu in mezelf, in mijn lijf, in mijn beleving dat een pijnlijk reageren is op de toestanden die ik anders wil?
    • hoe voelt dit nu aan, eerlijk?
    • waar voel ik dat zoal?
  • Ik stel me de ambetante gevoelens voor als een soort levensenergie die zich manifesteert, waar niks verkeerd mee is – hoe oncomfortabel het ook is – en ik probeer me er op af te stemmen.

Wat gebeurt er wanneer je dit ongemakkelijke gevoel niet voedt met de intriges en verwikkelingen van je eigen verhaal? Wat gebeurt er wanneer je bij deze voortdurend veranderende, vloeiende universele energie blijft? En wat gebeurt er wanneer je jezelf onderbreekt en de natuurlijke beweging van het leven aanvaardt?
Pema Chödrön

  • Ik volg de ademhalingsgewaarwordingen als hulpmiddel: dat is een een bewegend lijfelijk ervaarbaar doelwit en terwijl ik de ademhalingsgewaarwordingen voel, ervaar ik tegelijkertijd de andere – onaangename – gewaarwordingen/emoties die op dat moment spelen.
  • Ik volg wat meer de uitademing dan de inademing. Zo geef ik mezelf steeds opnieuw een pauze: een beetje minder intens voelen, en dan weer een beetje intenser, een beetje minder aandacht en dan weer wat meer.
  • Ik voel het uitademen een beetje aan als een loslaten, als een duiken, een me laten zakken in iets. In dat wat op dat moment speelt (aan onprettige ervaringen).

Tijdens de uitademing ontspan je. Je laat los, opent je en geeft de hele situatie meer lucht. Maar erg lang kun je hier niet van genieten, omdat je bij de volgende inademing de pijn weer toelaat. Ook daar word je niet door bevangen. Je verdrinkt er niet in, omdat je vervolgens weer uitademt, jezelf opent, ontspant en een zekere mate van ruimte ervaart.
Pema Chödrön

  • Ik denk soms dat ik – door dit te doen – mijn brein op dat moment de boodschap geef: ‘dit is onaangenaam maar je moet niet bang zijn, het is niet gevaarlijk. Dit mag er gewoon even zijn.’
  • Ik denk soms: ‘Ook dit is leven. Dit. Dit wat er nu gebeurt. Dit hoort bij leven.’
  • Ik denk soms: ‘Wat ik nu ervaar, er zijn nog mensen die iets dergelijks nu aan het ervaren zijn.’ En dat troost een beetje. Ik ga niet zo ver als Pema Chödrön die dan visualiseert dat ze het lijden van al die mensen inademt en iets heilzaam of fijn uitademt naar hen. Dat zegt me niks. Dat is me teveel hocus-pocus of een beter mens proberen te worden en daar geloof ik niet in.
  • Ik doe dit niet te lang aan een stuk. Maar wel af en toe, als ik er aan denk, als de onaangename ervaringen mijn aandacht trekken.
  • Ik herinner me eraan dat het geen wedstrijd is in aandachtigheid: wanneer ik afgeleid geraakt ben, zeg ik in mezelf ‘denken’ – en ik zeg dat vriendelijk – en ik start gewoon opnieuw. Ik denk erbij dat enkele momenten van zo’n aandacht al heel mooi zijn.
  • Wanneer pijnlijke gedachten de kop opsteken, dan probeer ik er niet op door te gaan. In de plaats daarvan duik ik in de nare gevoelens/gewaarwordingen die samengaan met de pijnlijke gedachten.

Je zult je emoties moeten doorleven. Je zult ze tijdens de meditatie zelf toe moeten laten en erbij moeten blijven, zodat je kunt gaan beseffen hoe ze je in de weg zitten. Emoties zijn als de vloeibare, dynamische, levendige eigenschappen van water, maar wij bevriezen onze emoties door ze weg te duwen of we laten ze escaleren.
Pema Chödrön

  • Ik meng de onaangename ervaring soms met iets klein fijn: bv me even rekken, of even ontspannen. Het fijne dient niet om het onfijne weg te werken. Het is me te doen om iets vriendelijks in mijn systeem in te brengen.

Wat een hoop puntjes als ik het op een rijtje probeer te zetten!
Dat is dus een Pemaatje-doen.
Het lost niks op.
En toch is het me dierbaar. De alternatieven die ik geprobeerd heb, bleken meer nadelen te hebben.
Mijn favoriete dealing-with-shit benadering.
Misschien zou ik dat doen in jouw plaats.

Laat je me weten wat jij doet?

Groetjes,

Johan

Is mediteren ‘zen’?

Is mediteren zen?
Voor mij is mediteren een soort werken.
Je werkt er de hele tijd aan om open te staan voor wat gebeurt.
Wanneer je bv de ademhalingsgewaarwordingen kiest als brandpunt van je aandacht, dan werk je eraan om dat voor elkaar te krijgen: de aandacht verbinden met die gewaarwordingen.

‘Hoe krijg ik dat nu voor elkaar?’, is de vraag dan.

‘Gegeven hoe ik er nu bij zit, hoe mijn lijf aanvoelt, hoe wakker of dof mijn geest is, hoe ik me voel, welke ervaringen nawerken of naar welke ervaringen ik reik of voor welke ervaringen ik terugdeins: hoe krijg ik dat nu voor elkaar?’

‘Hoe krijg ik dit voor elkaar, gegeven wat ik allemaal ga voelen en denken wanneer ik dat probeer?’

Het werken is ook: terwijl je de ademhalingsgewaarwordingen op het spoor komt en probeert te blijven je ook nog afstemmen op wat er zoal gebeurt en opkomt buiten die ademhalingsgewaarwordingen en wat binnen je aandachtsveld komt.

Dus een vraag is ook: ‘Hoe krijg ik het voor elkaar om wakker te zijn en open voor wat er gebeurt, een brommende vlieg aan het venster, de emotionele en mentale deiningen, de verbeeldingen, …?’

Die vraag, al die vragen blijf ik me stellen.
Dat mediteren dat ik nu al een half leven doe, elke keer opnieuw de vraag: ‘hoe moet dat nu weer?’
‘Oh ja, een beetje aandacht opbrengen voor ademhalingsgewaarwordingen, en dan ontdekken dat je helemaal in iets anders opgegaan bent en zonder veel gedoe de draad terug opnemen, en ondertussen opmerken wat er allemaal gebeurt. Dat is het.
Maar hoe gaan we dat nu voor elkaar krijgen?
Nu.
Nu.’

Voor mij is mediteren meer werken dan ontspannen.
Het is wel een goed werkske.
En er ís een link met ontspannen.

Deze aanpak is radicaal. Gevraagd wordt dat we ontspannen verblijven bij wat we ook ervaren. We worden aangemoedigd om de intriges en verwikkelingen van het verhaal dat wij zelf schrijven los te laten, eenvoudigweg stil te worden, aandachtig te kijken en adem te halen. Gewoon een paar seconden, minuten, uren, je leven lang, helemaal aanwezig zijn en verblijven bij de voortdurend veranderende energie in ons en bij de onvoorspelbaarheid van het leven dat zich ontvouwt. Volledig deelgenoot van alles wat zich voordoet, precies zoals het is.
Pema Chödrön

Maar dat is ook werken, dat ‘ontspannen verblijven bij wat we ook ervaren’.
Het vraagt moed.
Het gaat er niet om een toestand van volmaakte ontspanning na te streven maar dat we de moed opbrengen om te ervaren wat we ervaren. Dit vraagt van ons dat we ervaringen toelaten en tolereren, en de lichamelijke component van zo’n toelaten/tolereren is bv een beetje extra meegaan in het uitademen, of een beetje losser laten worden van schouders, of van armen, of van benen, … Ik ervaar dat als de lichamelijke vertaling van ‘oké, dit is dus nu gaande’, ‘dit is wat het huidige ogenblik te bieden heeft’, ‘ik stel me hiervoor open’.

Dat vraagt wat van je. Dit is niet een beetje dromen of lummelen. Je moet je kop erbij houden, en je lijf. Je moet een beetje moed opbrengen. Soms veel.

Ik vind het een goed werkske.
Soms voelt het goed terwijl je het doet.
Soms achteraf.
Het maakt het leven – die krankzinnige bedoening – een beetje werkbaarder.

Johan Van de Putte

Hoop en ongedierte

Een mens, prachtig.
Een mens, ongedierte.

Dat dacht ik op een avond, in de auto, terwijl ik in de Ferrerlaan in Gent reed, dichtbij het Van Beverenplein.
Die dag – of de dag ervoor – had ik een rijke ervaring gehad van een mens. Ik ervaarde iets prachtig in en van die mens. En dan, in mijn auto, had ik de ongedierte-gedachte en ik vond het grappig of spannend dat ik 2 zo erg ver van elkaar liggende menservaringen had.

Ongedierte want we planten ons maar voort, we verwoesten blind onze biotoop, we zijn bijlange geen slimme soort, met de regelmaat van de klok doen we afschuwelijke dingen en ik heb geen hoop dat het nog goed komt met ons.

Prachtig, dat ook. Op mijn 55 ben ik misschien nog meer voor ontroering vatbaar geworden. Ontroering door schoonheid, door een gebaar, door vriendelijkheid, door een gulp wijsheid die zich manifesteert.
Als ik in een van de boeken van Pema Chödrön iets lees als

Hierdoor ontwikkelen we het vertrouwen dat we over de kracht, ruimhartigheid en goedheid beschikken die nodig zijn om waardig en vriendelijk op onze dierbare en kostbare aarde te kunnen leven, ondanks alle landmijnen waar we kunnen op gaan staan.

dan wijs ik dat niet af als kleffe blabla, en heimelijk beoefen ik praktijken die zij beschrijft

Ik heb geen hoop.
Blijkbaar heb ik hoop.
Nietes.

Johan Van de Putte